h

Het gemiddelde is de vijand van het individu.

4 november 2016

Het gemiddelde is de vijand van het individu.

De laatste jaren woedt er een discussie over de houdbaarheid van de pensioenen en de noodzaak om het stelsel te veranderen (zie ook VK van 31 oktober). Wat op dit moment geldt, is de levensverwachting van ons mensen.  Als deze toeneemt dan moet de AOW-gerechtigde leeftijd ook omhoog. Maar is dat wel een eerlijk uitgangspunt? Ik denk van niet.

Over de levensverwachting van de Nederlanders is veel bekend. Zo weten we dat we gemiddeld 82 (man) of 86 (vrouw) worden. Maar dat is een gemiddelde! Dus, uitgaande van iedere willekeurige curve, wordt ongeveer de helft ouder dan het gemiddelde en de rest sterft vóór die leeftijd. De spreiding is vrij groot. Wil je 95% binnen je grenzen laten vallen dan is die spreiding al méér dan 10 jaren.

Waardoor wordt die grote spreiding o.a. veroorzaakt? Bekend is dat mensen uit bepaalde wijken een veel lagere levensverwachting hebben. Niet alleen 6 jaren minder maar van de resterende jaren ook nog eens 10 ongezonde jaren méér.  Hoe eerlijk is dan het uitgangspunt “levensverwachting”?

Ook is bekend dat het beroep een belangrijke rol speelt. Mensen in zwaar lichamelijke beroepen, zoals stratenmakers en in de bouw, houden het gemiddeld genomen géén 40 jaar vol. Aangezien deze mensen vaak al ruim voor hun 20e zijn begonnen met werken, is doorgaan tot je 65e jaar een onmogelijkheid. Een kantoormedewerker, die vaak na zijn 20e in het arbeidsproces is begonnen en alleen maar bureauwerk heeft verricht, heeft een heel andere levensverwachting. Waarom mag hij dan tegelijk met de bouwvakker met AOW gaan?

Tel je beide effecten op dan mag je concluderen dat mensen met een bepaald inkomen niet alleen langer leven maar ook langer gezonder leven. Hierdoor leven zij gemiddeld langer dan de algemeen levensverwachting. Dit in tegenstelling tot de mensen die minder inkomen hebben. Zij leven gemiddeld korter. Hierdoor kun je concluderen dat de mensen met de kortere levensverwachting het extra geld voor de hogere inkomens opbrengen. Hoe kun je het verzinnen? 

Statistisch gezien is voor elke beroepsgroep een levensverwachting te bepalen. Ook kunnen we een spreiding afspreken. Laat dan iedereen uit die beroepsgroep zelf bepalen of hij met de ondergrensleeftijd (gemiddelde leeftijd minus spreiding) of later met AOW gaat. Des te later met AOW des te hoger de uitkering.

Er zijn natuurlijk nog ándere zware én lichtere beroepen. Maar de discussie hierover verandert niets aan het probleem, iedereen over een en dezelfde kam scheren. De bal hiervan ligt bij de politiek. Het is zo jammer dat er véél te weinig over deze vorm van maatwerk wordt gesproken. Een gemiste kans.

Joop van Well (gepensioneerde en vitale docent scheikunde)

IJsselstein, 31 oktober 2016

 

Reactie toevoegen

U bent hier